Wetgeving raadsman bij het politieverhoor treedt in werking

Twee nieuwe wetten over het recht van een verdachte op bijstand van een raadsman voorafgaand en tijdens het politieverhoor treden op 1 maart 2017 in werking.
In de eerste wet - met bijbehorend uitvoeringsbesluit - wordt de Europese richtlijn over het recht op toegang tot een raadsman omgezet in Nederlands recht. De nieuwe wetgeving formuleert een evenwicht tussen de belangen van de verdachte en van de opsporing.
 
Het besluit bevat regels over de inrichting van en de orde tijdens het verhoor door opsporingsambtenaren waaraan ook de raadsman deelneemt. De regeling sluit aan bij de sinds 1 maart 2016 geldende beleidsbrief van het openbaar ministerie waarin regels staan voor de praktijk over toepassing van het recht op bijstand van een raadsman voorafgaand en tijdens het politieverhoor. Ook is het besluit in lijn met Europese regelgeving, de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de mens en met de jurisprudentie van de Hoge Raad.
 
De raadsman kan direct na aanvang en direct voor afloop van het verhoor opmerkingen maken en vragen stellen. De opsporingsambtenaar die het verhoor leidt, stelt de raadsman daartoe in de gelegenheid.
 
Daarnaast is de raadsman tijdens het verhoor bevoegd de verhorende ambtenaar erop te wijzen als de verdachte een hem gestelde vraag niet begrijpt, of als de fysieke of psychische toestand van de verdachte een verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert. Ook kan hij de verhorende ambtenaar erop aanspreken als de verdachte zijn verklaring niet in vrijheid kan afleggen (pressieverbod).
 
Verder kan de raadsman, en trouwens ook de verdachte zelf, vragen om onderbreking van het verhoor, voor onderling overleg. Hij beantwoordt geen vragen namens de verdachte, tenzij met instemming van de verhorende ambtenaar en de verdachte.
 
Als de verhorende ambtenaar het doelmatig en redelijk acht, kan hij de raadsman een ruimere inbreng tijdens het verhoor toestaan. Ook krijgt de raadsman de gelegenheid opmerkingen te maken bij de weergave van het verhoor in het proces-verbaal.
 
In het tweede wetsvoorstel bevat aanvullende bepalingen over de eerste fase van het opsporingsonderzoek. Bijvoorbeeld dat de termijn voor het ophouden voor verhoor wordt verlengd van zes naar negen uur, om zo meer ruimte te maken voor bijstand van een raadsman bij het verhoor.
Bron: Rijksoverheid