Kabinet wil meer ruimte voor drones

Het kabinet wil meer ruimte geven voor het gebruik van drones. Verruiming van de regelgeving voor onbemande luchtvaartuigen moet economische en maatschappelijke kansen bieden voor bedrijven en overheden.
Daarbij wordt telkens een goede balans gezocht met de maatschappelijke belangen van veiligheid, luchtvaart en privacy.
 
Dat schrijven de ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Kamp (Economische Zaken) en staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De brief is gebaseerd op een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie naar het gebruik van drones.
 
De verruiming van mogelijkheden geldt voor het beroepsmatig gebruik van drones. Zo wil het kabinet dat politie en brandweer vanaf 1 juli ruimere bevoegdheden krijgen om drones in te zetten voor hulpverlening, opsporing en handhaving van de openbare orde. Zij krijgen daarbij toestemming om te vliegen boven gebouwen en mensenmenigten. Ook mogen politie en brandweer straks drones inzetten na zonsondergang. Bij deze extra bevoegdheden komen uiteraard ook eisen op het gebied van training en veiligheid kijken. Het kabinet ziet verder mogelijkheden om vaker drones in te zetten voor bijvoorbeeld de inspectie van infrastructuur, het bewaken en beveiligen van objecten en terreinen, klimatologisch onderzoek, de land- en tuinbouw en de media. Het kabinet wil de komende tijd de behoeftes en mogelijkheden van het gebruik van drones in deze domeinen onderzoeken. Verder wil het kabinet in overleg met ontwikkelaars en fabrikanten van drones de behoefte aan testlocaties inventariseren. Voor de zomer komt het kabinet met een brief waarin deze verkenningen worden uitgewerkt.
 
In de brief schrijven de bewindslieden dat de bestaande regelgeving voldoende waarborgen bevat om de privacy te beschermen bij het huidige gebruik van drones. Wanneer de regelgeving voor het gebruik van drones wordt verruimd, zal ook worden nagegaan of in die regelgeving aanvullende waarborgen ter bescherming van de privacy moeten worden opgenomen. Daarnaast gaat het kabinet bekijken of de regels voor het recreatief gebruik van drones moeten worden aangepast. Het recreatief gebruik van drones valt onder de Regeling modelvliegen uit 2005. Sinds het opstellen van die regeling is het aantal drones echter fors toegenomen. Ook zijn veel drones tegenwoordig uitgerust met een camera.
 
Het kabinet wil de verruiming van de beroepsmatige inzet van drones stapsgewijs doorvoeren. Hierdoor is het mogelijk voor zowel de autoriteiten als de sector om op een veilige manier aan dit nieuwe fenomeen in de luchtvaart te wennen. Bij deze aanpak wordt begonnen met het toestaan van operaties in gebieden waar een relatief laag risico voor de luchtvaartveiligheid is, zoals in buitengebieden. De veiligheid van het gebruik van drones wordt mede bepaald door de kwaliteit van de apparatuur en de piloot. Het kabinet gaat bekijken of het nodig is om – al dan niet in Europees verband – nadere technische en operationele eisen te stellen aan drones. Daarbij wordt ook expliciet gekeken naar cybersecurity, zoals de mogelijkheden om bijvoorbeeld de besturing te verstoren. In de brief schrijft het kabinet dat ook wordt gekeken naar potentieel gebruik van drones door kwaadwillenden. Zo worden de risico’s van misbruik van onbemande systemen in kaart gebracht en beschermende maatregelen ontwikkeld.
Bron: Rijksoverheid